Een echo van spraakverwarring. Over kunst, autonomie en relationaliteit

Ronde 2

Sessieleider: Liza Voetman | Fontys Hogeschool

De context van de spiegel    

De spiegelmetafoor wordt in de kunstfilosofie veel  gebruikt. Frank vande Veirei schrijft in Als in een donkere spiegel. De kunst in de moderne filosofie (2002) over de spiegel in de  westerse esthetica, en verbindt daaraan onder andere de termen  mimesis, nabootsing, imitatie, sublimatie, symbool  en tijdsbeeld. De gedachte is dat we met deze termen iets kunnen zeggen over waar het in kunst in wezen om gaat. Het zijn termen waarmee wat kunst zou kunnen ‘zijn’ wordt verwoord. Tegelijkertijd trapt Vande Veire zijn boek zelf af met een belangrijke frase waarin hij stelt  dat dit ‘wezen’ ons altijd door de  vingers zal glippen: Dat Hegel een berg literatuur las en een tijd in Europa rondreisde om talloze concerten en musea te bezoeken, betekent nog niet dat hij beter heeft gevat waar het in kunst om gaat dan Kant, die zijn hele leven Koningsbergen niet heeft verlaten en dus weinig kunstwerken van belang kan hebben gezien. Wat een filosofisch denken over kunst groot maakt, is […] dat het radicaal doordenkt over wat er met de mens aan de hand is dat er zoiets als ‘kunst’ bestaat, over hoe het komt dat de mens plaats blijft maken voor een fenomeen waarvan de betekenis steeds minder vanzelfsprekend lijkt te zijn geworden. 

Wat is kunst? En wie of wat mag dat bepalen? Telkens als we die vraag stellen, belanden we in dezelfde spraakverwarring. In deze sessie neemt Liza Voetman ons mee in haar onderzoek naar autonomie in de kunst. Met Foucault’s genealogie als methode — niet zoeken naar oorsprong, maar sporen volgen — laat ze aan de hand van kunstenaar Jonas Staal zien dat deze verwarring geen vergissing is om op te lossen. Het is de relationele structuur van het debat zelf.